Schoolzwemmen
 
Basisschool
Schoolzwemmen.be


Zwemles geven, hoe doe je dat?

ANALYSEER Terug naar boven

De zwemmers

  • Hoe oud zijn ze? Welke interesse hebben ze? Dit is erg belangrijk bij de keuze van een thema
  • Wat kunnen ze al? Welke zwemvaardigheden beheersen ze?
    Bijvoorbeeld: de kinderen kunnen de beenbeweging van crawl met een plankje uitvoeren
  • Wat kennen ze al? Cognitieve vaardigheden.
    Bijvoorbeeld: bepaalde terminologie is niet gekend bij jonge kinderen. Het woord ‘vormspanning’ is niet gekend bij 6-jarigen. Ze kunnen zich wel ‘groot’ en ‘sterk’ maken.

Randvoorwaarden

- Organisatie in het zwembad

  • Hoeveel plaats heb ik in het zwembad? 1 baan, 2 banen?
  • Heb ik de rand van het zwembad of zit ik in het midden van het zwembad?
    Aan de rand van het bad is het doorgaans makkelijker om de kinderen langs de zijkant te laten terugkeren.
  • Hoe hoog staat het water in het zwembad? In een zwembad waar het water gelijk staat met de boord van het zwembad is terugkeren langs de zijkant makkelijker, de kinderen moeten zich minder hoog opduwen uit het water.
  • Werk ik in het ondiepe of het diepe gedeelte van het zwembad?

- Het gebruik van didactisch materiaal

  • Hoeveel materiaal heb ik ter beschikking?
  • Kan ik makkelijk aan het materiaal of staat het ergens ver weg? Moet ik het op voorhand klaar zetten?
    Bijvoorbeeld: het gebruik van zwemvliezen is vaak moeilijk met een groep kinderen, het duurt lang vooraleer iedereen zijn maat gevonden heeft. Leg op voorhand zwemvliezen per maat klaar op de rand van het zwembad, zo vermijd je lange files in het –doorgaans koude- berghok. Als je de zwemvliezen elke week op dezelfde plaats klaarlegt, weten de kinderen al gauw welke vliezen het best passen.

VOORBEREIDINGTerug naar boven

De voorbereiding moet aangepast zijn aan de doelgroep en moet alle bovenstaande elementen in rekening brengen. Onderstaand plan geeft kort aan hoe je een voorbereiding maakt. (Voorbeeld van een lesvoorbereiding volgens PH Meaney, 1994)

Bepaal het thema van de les of het lesonderwerp. (voorbeelden van thema's)
Bijvoorbeeld
- Beenbeweging schoolslag aanleren (les 2)
- Thema: de dierentuin (watergewenning)
- Armbeweging crawl: globale armbeweging crawl en zijwaarts ademen.
- Globale coördinatie schoolslag

Bepaal het aandachtspunt van de les
Bijvoorbeeld:
- gehoekte positie van de voeten bij de stuwing beenbeweging schoolslag
- pijlfase schoolslag
- ademhaling crawl: zijwaarts ademen (hoofd niet uit het water tillen)

Kies slechts 1 of 2 aandachtspunten per les. Het heeft geen zin om kinderen te overladen met tips en informatie. Je zal bij kinderen veel fouten zien in de uitvoering van hun bewegingen, maar beperk je tot enkele tips waarop de kinderen moeten letten. Beter 1 tip die goed benadrukt wordt en resultaat oplevert dan te veel tips die de kinderen in verwarring brengen. Een les later kan je uiteraard voor een andere tip kiezen, afhankelijk van de vorderingen van de kinderen.

Bij het geven van tips is het ook belangrijk om rekening te houden met het zwemniveau van de kinderen. Bij een beginnende zwemmer ga je geen tips gebruiken die voor gevorderde zwemmers bedoeld zijn. Een kind dat pas crawl leert zwemmen zal nog geen S-beweging onder water uitvoeren.

Keuze van de oefeningen

  • Van makkelijk naar moeilijk
  • Van gekend naar nieuw
  • Korte herhaling van hetgeen de vorige les werd geleerd en ingeoefend
  • Van eenvoudig naar complex
  • Bijvoorbeeld: eerst de beenbeweging van schoolslag inoefenen, pas daarna de coördinatie tussen armen en benen aanleren

Voorbeeld opbouw schoolslag.

Organisatie

  • In welke richting ga ik de kinderen laten zwemmen? Voor kinderen is van het diepe naar het ondiepe zwemmen of van het ondiepe naar het diepe zwemmen een groot psychologisch verschil. Naar het diepe zwemmen is voor de kinderen vaak moeilijker dan omgekeerd.
  • Hoeveel lengtes ga ik de kinderen laten zwemmen? Zwemt iedereen evenveel of laat ik de sterkere kinderen een grotere afstand zwemmen?
  • Hoe zorg ik ervoor dat de kinderen niet te lang moeten wachten? Laat kinderen niet te lang op het droge werken of laat ze niet te lang wachten op de rand van het zwembad. Kinderen koelen immers snel af.

Laat kinderen bijvoorbeeld per 2 naast elkaar zwemmen in een baan zodat er telkens 2 kinderen gelijktijdig kunnen vertrekken en de wachttijd verminderd wordt.

Spreek op voorhand met de kinderen af wanneer de volgende zwemmer mag vertrekken. Je kan bijvoorbeeld kegels plaatsen. Als de vorige zwemmer hier voorbij is mag de volgende zwemmer starten. Op deze manier spaar je je eigen stem en kunnen kinderen perfect zelfstandig met een opdracht starten.

Noteren van de oefeningen op een formulier

Je kan een les op verschillende manieren noteren, gaande van een notitieblaadje tot een uitgewerkte voorbereiding. Er bestaan verschillende formulieren om een les op te noteren. Elke lerarenopleiding legt hierin zijn eigen accenten. De voorbereidingsformulieren die in de voorbeeldlessen gebruikt worden, zijn gelijkaardig aan de formulieren die in de Vlaamse trainersschool ook gehanteerd worden en zijn ideaal voor het gebruik in een club.

Voorbeeld van een formulier:

Praktische tip: noteer voor jezelf welk materiaal je voor een bepaalde les nodig hebt. 1 blik op je voorbereiding is dan voldoende om te weten welk materiaal je voor de les allemaal moet klaarzetten. Het is heel vervelend om tijdens je les nog materiaal te moeten zoeken, want dan moet je vaak de kinderen alleen laten en dit is uiteraard niet de bedoeling.

UITVOERINGTerug naar boven

Als de kinderen in het zwembad aankomen is het zinvol om na te kijken welke kinderen aanwezig zijn, zodat je op elk moment van de les weet hoeveel kinderen je in het oog moet houden. Dit verhoogt de veiligheid van de kinderen.

Uitleggen van de opdracht

In het zwembad is het erg belangrijk om de uitleg kort, duidelijk en bondig te maken. De akoestiek in een zwembad is doorgaans erg slecht en er is veel afleiding voor de kinderen. In de uitleg moet een antwoord op volgende vragen zitten:

  • wie (wie moet de oefening uitvoeren, wie is er tikker?)
  • wat (welke oefening moet er uitgevoerd worden? Beenbeweging schoolslag)
  • waar (waar moet er gezwommen worden? Links of rechts in de baan?)
  • Wanneer (wanneer moet ik de oefening doen: de zwemmer maakt een tuimeling als hij in het midden van de baan is)
  • Waarmee (welk materiaal moet er gebruikt worden? Plankje – blokje,…)
  • wat erna (wat moet de zwemmer doen als de oefening klaar is? Terug zwemmen? Stappen langs de kant?
  • (eventueel) waarom? (waarom is het belangrijk om zich goed uit te strekken? Waarom moeten de voeten gehoekt zijn?)

Uitdelen materiaal

Denk na hoe je het materiaal zal uitdelen, doe je dit voor of na de uitleg van de opdracht. Zorg ervoor dat de kinderen niet kunnen afgeleid worden door het materiaal of met het materiaal beginnen te spelen.

Oefenen

Tijdens het oefenen probeer je de kinderen zoveel mogelijk op te volgen. Kijk naar de techniek van de kinderen en probeer fouten te detecteren (foutenanalyse) en de kinderen eventueel tips te geven aan de hand van visuele signalen.

Ophalen materiaal

Het ophalen van het materiaal dient ook ordelijk en gestructureerd te verlopen, wil je zelf niet op het einde van de les een hoop plankjes moeten opruimen.
Laat de kinderen bij aankomst of als ze uit het water komen hun plankje op de stapel leggen zodat alles onmiddellijk opgeruimd is.

REFLECTIE NA DE LESTerug naar boven

Na de les ga je na of alles goed verlopen is.

Neem de elementen uit de ‘analyse’ terug op en ga na of je alle zaken goed had ingeschat.

Bijvoorbeeld:

  • Was de leerstof aangepast aan het niveau van de kinderen?
  • Had ik de hoeveelheid materiaal goed ingeschat?
  • Had ik voldoende oefenstof voorzien?
  • - …

Heel belangrijk is om jezelf de vraag te stellen of de kinderen effectief iets hebben bijgeleerd. Een uurtje ‘bezig’ zijn is niet voldoende, ze moeten vooruitgang maken en bijleren. Als dat niet het geval is, zal je de oefenstof of je aanpak moeten aanpassen.

© 2007 Schoolzwemmen - Laatste update: October 27, 2009 - Designed by Webberly