|

Weerstand
Om vooruit te komen in het water moet een zwemmer de weerstand van het water overwinnen. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen positieve en negatieve weerstand. De negatieve weerstand is de remming die de zwemmer tijdens het voortbewegen in het water ondervindt. De positieve weerstand is de weerstand die een zwemmer nodig heeft om er zicht tegen af te zetten, om te stuwen. Deze stuwing of propulsie is deels passief door de turbulente stuwing van het water en deels actief door de effectieve afzetting tegen bij voorkeur stilstaand water.
Met andere woorden, de snelheid waarmee de zwemmer zich door het water voortbeweegt hangt dus af van deze twee krachten namelijk propulsie en remming. De propulsie is de kracht dat de zwemmer uitoefent op het water en waardoor hij zijn lichaam voorwaarts door het water kan duwen. De weerstand is dan weer de kracht die de voorwaartse beweging van het lichaam in het water tegenwerkt. Het is dus duidelijk dat een zwemmer die snelheid wil maken tijdens het zwemmen de propulsie moet optimaliseren terwijl hij de weerstand minimaliseert. Is de weerstand groter dan de propulsie, dan zal de zwemmer in snelheid verliezen. Is de propulsie gelijk aan de weerstand, dan zal de zwemmer aan eenzelfde constante snelheid vooruitgaan. |