Schoolzwemmen
 
Basisschool
Zwemtechnieken


Techniek : schoolslag

armbeweging of de armactie (schroefprinciepe)

De armbeweging wordt ingedeeld in 4 fases:

1. De buitenwaartse actie (outsweep)

- Wanneer de armen bij het einde van de contrabeweging praktisch gestrekt zijn begint de
buitenwaartse actie: de armen glijden buitenwaarts en voorwaarts.
- De handen beschrijven een boogvormige lijn doordat ze buitenwaarts, voorwaarts en ligt
opwaarts bewegen totdat ze breder zijn dan schouderbreedte
- Eenmaal voorbij schouderbreedte buigen de armen in de elleboog om de armen en vooral de handen zo snel mogelijk achterwaarts te positioneren om de binnenwaartse actie, welke de voortstuwing levert aan te kunnen vatten.
Bemerkingen
- Tijdens de buitenwaartse actie daalt de voorwaartse snelheid verder, wat wil zeggen dat de buitenwaartse actie geen voorwaartse stuwing oplevert.
- De handpalmen zijn neerwaarts georiënteerd bij het begin van de buitenwaartse actie. Pas als de handen voorbij schouderbreedte zijn beginnen de armen ( licht) in de ellebogen te buigen en roteren de handpalmen buitenwaarts, zodat ze naar buiten en achterwaarts gericht zijn op het ogenblik van de “catch”.

2. De “catch

De “catch“ vindt plaats wanneer de handen en armen buiten schouderbreedte zijn en achterwaarts georiënteerd zijn. De ellebogen zijn op dit moment reeds behoorlijk gebogen (maximaal 90°)

3. De binnenwaartse actie

De binnenwaartse actie de enige voortstuwende fase tijdens de volledige armbeweging bij schoolslag.
De zwemmer voert een ruime boogvormige beweging waarbij de armen en de handen
achterwaarts neerwaarts en binnenwaarts bewegen totdat de armen zich achter de schouderlijn (bovenste rand van het schouderblad) bevinden en de handen eronder of er net voor.

4. De contrabeweging

- Op het einde van de binnenwaartse actie (wanneer de handen zich onder of iets voor de
schouders bevinden) worden de ellebogen samengedrukt, waardoor de achterwaartse
inertie wordt tegengewerkt. Vanaf dat moment worden de handen voorwaarts en
opwaarts bewogen. Dit is het begin van de contrabeweging van de armen.
- De handen blijven opwaarts en voorwaarts bewegen totdat ze het wateroppervlak
bereiken voor het aangezicht. Het wateroppervlak moet gelijktijdig door beide handen
bereik worden. De handpalmen zijn licht opwaarts georiënteerd.
- Daarna moeten de handpalmen neerwaarts gericht worden, terwijl de voorarmen
eveneens aan het wateroppervlak verschijnen
-De armen worden dan verder uitgestrekt aan het wateroppervlak om zo de remming zo
sterk mogelijk te reduceren.

Bemerking

Zwemmers mogen de armen niet stilhouden wanneer deze volledig gestrekt zijn. Vanuit de
strekbeweging moeten de armen vlot overgaan in het begin van de buitenwaartse actie.
De armen kunnen tijdens de contrabeweging veel remming veroorzaken. Daarom moet de
contrabeweging snel maar vlot (niet bruusk) uitgevoerd worden.

© 2007 Schoolzwemmen - Laatste update: October 27, 2009 - Designed by Webberly