|
De beenbeweging of beenactie
Ook de beenbeweging wordt onderverdeeld in vier fases: de contrabeweging, de “catch”, de
buitenwaartse actie (outsweep) en de binnenwaartse actie (insweep)

1. De contrabeweging
We onderscheiden twee fases in de contrabeweging van de benen: de buiging in de knieën en de
buiging in de heupen.
a. Fase één: de buiging in de knieën
Op het einde van de stuwende fase van de armen moeten de benen gebogen worden in de
knieën waarbij de onderbenen opwaarts en voorwaarts bewegen. Deze eerste fase van de
contrabeweging van de benen verloopt gelijktijdig met de contrabeweging van de armen
totdat deze praktisch volledig gestrekt zijn en het hoofd zich terug onder het
wateroppervlak bevindt.
b. Fase twee: de buiging in de heupen
- Daarna worden de benen gebogen in de heupen om de contrabeweging te beëindigen. De
voeten worden verder opwaarts bewogen totdat ze zich dicht bij het zitvlak bevinden
- Daarna worden de voeten buitenwaarts geroteerd en bewegen de benen eveneens
buitenwaarts tot aan de catch-positie ( buiten schouderbreedte)
Bemerkingen
De contrabeweging van de benen moet onmiddellijk na de stuwfase van de benen aangevat worden. De voeten moeten in een rechte lijn voorwaart bewegen terwijl ze steeds binnen heupbreedte blijven, totdat ze zich dicht tegen het wateroppervlak bevinden.
Ook de onderbenen blijven tijdens de contrabeweging binnen schouderbreedte om de remming zoveel mogelijk te beperken.
De tenen blijven achterwaarts gericht en de voeten uitgestrekt en dicht tegen elkaar.
De knieën worden niet angstvallig tegen elkaar gedrukt, maar bewegen lichtjes buitenwaarts zodat de onderbenen en de voeten binnen heupbreedte kunnen bewegen.
Maar OPGELET, de knieën mogen zich echter nooit breder dan schouderbreedte bevinden tijdens de contrabeweging van de benen.
Tijdens de eerste fase van de contrabeweging van de benen moeten de heupen zakken, waardoor de romp achterwaarts kantelt zodat de onderbenen onder water kunnen blijven zonder dat de heupen moeten worden gebogen. De heupen plots en te vroeg buigen veroorzaakt een abrupt verlies van snelheid omdat de dijen neerwaarts en voorwaarts worden geduwd tegen de zwemrichting in. In latere cursussen wordt hier zeker verder op in gegaan.
Het buigen van de heupen tijdens de tweede fase is noodzakelijk (ondanks het feit dat de remming hierdoor sterk toeneemt) omdat hierdoor een grotere kracht kan worden ontwikkeld wanneer de benen gestrekt worden in de stuwende fase van de beenbeweging.
2. De “catch”
De zwemmer moet de benen buitenwaarts bewegen wanneer de voeten dicht bij het zitvlak komen. De voeten bewegen hierdoor zijwaarts totdat ze achterwaarts georiënteerd zijn, zodat ze water achterwaarts kunnen duwen. Dit is het moment waarop de “catch” wordt gemaakt. Vanaf dit moment kunnen de benen bijdragen tot de voortstuwing.
De voeten bevinden zich in dorsiflexie (gehoekt) en zijn buitenwaarts geroteerd ( in suppinatie) in de enkels wanneer ze naar de catch-positie bewegen.
De catch wordt enkel gerealiseerd wanneer de voeten achterwaarts georiënteerd zijn. Afhankelijk van de specifieke lenigheid zijn de benen dan ter hoogte van de heupen tussen de 40 en 50° gebogen zijn, en ter hoogte van de knieën tussen de 60 en de 70°.
3. De buitenwaartse actie (outsweep)
- De buitenwaartse actie (outsweep) is een achterwaarts en licht buitenwaarts strekken van de
benen ter hoogte van de knie- en heupgewrichten.
- De voeten roteren tijdens deze fase (waarbij de benen praktisch gestrekt worden) neerwaarts
en binnenwaarts. De volgende fase, de binnenwaartse actie volgt hierop in één vlotte beweging.
4. De binnenwaartse actie (insweep)
- Wanneer de benen bijna volledig gestrekt zijn worden de voetzolen binnenwaarts geroteerd
zodat ze naar elkaar gericht zijn.
- De voeten worden dan binnenwaarts en neerwaarts bewogen, waarbij de voetzolen naar elkaar,
dus eveneens binnenwaarts georiënteerd blijven.
- De voeten blijven gehoekt (dorsiflexie) in de enkel totdat de binnenwaartse actie beëindigd is.
- De binnenwaartse actie is beëindigd wanneer de benen volledig gestrekt zijn en te samen.
Vanaf dat moment stuwen noch de voeten ,noch de benen.
- Door het momentum van de binnenwaartse actie worden de onderbenen opwaarts gestuwd en
begint de contrabeweging van de benen
Bemerking
Eén van de belangrijkste fouten die tijdens de binnenwaartse actie kan worden gemaakt (en die helaas veel voorkomt) is het strekken van de enkels vooraleer de binnenwaartse actie volledig is beëindigt. Hierdoor wordt er enkel opwaarts tegen het water geduwd en is er geen voortstuwing meer. In het vakjargon is dit een “steekvoet bij het sluiten”.
|